test
Verdieping

De rol van conceptueel en industrieel bouwen binnen de woningbouwopgave

Conceptueel Ontwikkelen en Bouwen

Bij conceptuele woningbouw wordt vaak gebruikgemaakt van gevels, vloeren of complete woningmodules (zoals badkamers of woonkamers) die in de fabriek zijn gemaakt (prefab). Maar deze technieken zijn geen doel op zich. De essentie van conceptuele woningbouw ligt in de standaardisatie van product én proces. In plaats van voor elk project het wiel opnieuw uit te vinden, worden complete woningconcepten aangeboden die in meerdere projecten toepasbaar zijn.

Door bestaande woningconcepten opnieuw toe te passen hoeft niet voor ieder project een volledig nieuw ontwerp te worden gemaakt. Dat verkort de ontwerpfase, vermindert afstemming tussen partijen en maakt een voorspelbaarder bouwproces mogelijk. Dat scheelt tijd en geld: conceptueel ontwikkelen en bouwen kan ongeveer 40 procent sneller en is 20 procent goedkoper dan traditioneel.

Er zijn inmiddels meer dan honderd woningconcepten van conceptaanbieders. Deze zijn te vinden op de Conceptenboulevard van het Netwerk Conceptueel Bouwen. In 4 eenvoudige stappen kun je woningconcepten vinden die passen bij een bepaalde vraag.

Industrieel en fabrieksmatig bouwen

Industrieel bouwen wil zeggen dat grote delen van een gebouw niet handmatig, maar met machines worden geproduceerd. Dit zorgt voor een hogere productiviteit en meer consistente bouwkwaliteit. Automatisering en digitalisering zijn daarmee onlosmakelijk verbonden. Fabrieksmatig bouwen wil zeggen dat grote delen van een gebouw niet op de bouwlocatie, maar in een fabriek worden gemaakt en vervolgens op de bouwlocatie in elkaar gezet. Productie en de bouwlocatie worden daarmee van elkaar gescheiden. Dit zorgt voor een lagere stikstofuitstoot tijdens de uitvoering, waardoor de stikstofbelasting van een project afneemt. Bij projecten in de buurt van stikstofgevoelige natuur kan dit een voordeel zijn.

Afbeelding waarin schematisch het onderscheid tussen traditioneel en industrieel bouwen wordt weergegeven.

Traditioneel bouwen

Bij traditionele woningbouw vindt een groter deel van de werkzaamheden plaats op de bouwlocatie en wordt meer projectspecifiek gewerkt. Dit biedt ruimte voor maatwerk en flexibiliteit, omdat het makkelijker is om tijdens het bouwproces nog aanpassingen te doen aan het ontwerp. Tegelijk is het bouwproces arbeidsintensief, kan de bouw bij slechte weersomstandigheden verdere vertraging oplopen en komt er meer stikstof vrij door de inzet van zwaar materiaal en intensief vrachtverkeer.

Er zijn gradaties tussen industrieel, fabrieksmatig en handmatig bouwen. Volledig machinale bouw komt in de praktijk niet voor en in de praktijk vergen sommige delen van het bouwproces ook in een woningfabriek nog handwerk. Tegelijk wordt binnen de traditionele woningbouw ook vaak gebruik gemaakt van geprefabriceerde woningdelen, zoals muren en gevels.

Componenten en modules

Componenten en modules zijn geprefabriceerde delen van een woning, oftewel: ze zijn in een fabriek gemaakt door mensenhanden en/of machines. Een component is meestal tweedimensionaal en van beperkte afmeting. Woningen kunnen opgebouwd worden uit afzonderlijke 2D-elementen, zoals muren en vloeren. Op de bouwplaats worden de onderdelen dan als een bouwpakket in elkaar gezet. Dit wordt elementair bouwen genoemd.

Een module is meestal veel groter en is driedimensionaal. Enkele modules maken een complete woning. Modules worden in de fabriek compleet afgewerkt en toegerust met installaties voor water, elektra, verwarming en ventilatie, binnenwanden en sanitair. Deze complete kamers of units worden op de bouwlocatie aan elkaar gekoppeld. Met een paar gekoppelde modules staat er een woning. Dit wordt modulair bouwen genoemd. 

Flexwonen

Een voorbeeld van woningen die vaak modulair en conceptueel worden gemaakt, zijn flexwoningen. Dit zijn hoogwaardige verplaatsbare woningen die (in eerste instantie) op een tijdelijke locatie staan. De woningen zijn vaak wat kleiner en dus interessant voor kleine huishoudens, of vanwege de tijdelijkheid voor bepaalde doelgroepen, zoals arbeidsmigranten of jongeren.

Een andere rol voor gemeenten

Industrieel en conceptueel bouwen is een andere manier van ontwikkelen en inkopen dan traditionele woningbouw. Dat vraagt ook om een andere rol voor gemeenten.

  • In plaats van voor elk project eerst een woning volledig te (laten) ontwerpen en vervolgens een aannemer te zoeken die dat ontwerp uitvoert, selecteer je een woningconcept dat binnen de gewenste prestaties en stedenbouwkundige context past. Aanbesteden aan de hand van een bestek past daar niet bij, want je koopt een bestaand woningconcept. Het accent verschuift daarmee van opdracht geven naar afnemen.  
  • Als gemeente bepaal je de kaders voor ontwikkeling van het gebied en de prestatie-eisen waaraan de woningen moeten voldoen. De oplossing komt van de aanbieder(s). Houdt hier in de planvorming al rekening mee.
  • De product-marktcombinaties (PMC’s) zoals die zijn omschreven in De Woonstandaard helpen opdrachtgevers, conceptaanbieders en gemeenten om duidelijk en eenduidig over PMC’s en prestatie-eisen te communiceren.
  • Een meer stabiele en continue vraag helpt om de schaalvoordelen (zoals de prijs) van conceptueel en industrieel bouwen optimaal te benutten. Als gemeente kan je dit stimuleren door meer regionaal in te kopen, bijvoorbeeld door je aan te sluiten bij een bouwstroom in jouw regio of er een te starten als die er nog niet is.

Meer over conceptueel en industrieel bouwen